Watergeus

Watergeus

In de boot wordt gebrald en gefloten naar elke voor de watergeuzen goed uitziende dames waarbij ze hun heldendom tijdens het beleg omstandig verklaren. Kreten als Pro Patria, Liever Turks dan Paaps en Van Alkmaar de Victorie schallen over het water. Op gezette tijden, liefst bij veel publiek aan de waterkant, zetten zij het ‘Slaet op den trommele’ in. Als ze de stadsgeuzen tegenkomen, zingen ze uit volle borst het ‘Een kop van hout’.

In de stad wordt door de geuzen dezelfde kreten geslaakt als in de boot. Er wordt met tromgeroffel en zwaaiende vlaggen een weg gebaand over de vastgestelde route. De geuzen laten geen moment voorbij gaan om aan omstanders te laten weten hoe stoer en heldhaftig ze zijn geweest. Op het moment dat ze aankomen op een vastgestelde plek heffen zij het Slaet op den trommele aan. Als ze de bootgeuzen tegenkomen, zingen ze uit volle borst het Een kop van hout.
Bij het passeren van de Roode Poort wordt het publiek vergast op een onvervalste bralpartij waarbij het ‘Men brand, men blaeckt’ ten gehore zal worden gebracht.